Storingen & onderhoud

Lussweerstand (Zs)

Synoniemen: Impedantie van de foutstroomketen, Foutlusimpedantie, Circuitimpedantie

Wat is het De lussweerstand, aangeduid met het symbool Zs, is de totale impedantie (weerstand in wisselstroomcircuits) van de foutstroomketen. Deze keten, ook wel foutlus genoemd, is het pad dat een kortsluitstroom aflegt. Dit pad start bij de voedingsbron (transformator), loopt via de faseleiding (L) naar het punt van de storing in de installatie, en keert via de beschermingsleiding (PE) en de installatieaarding terug naar de bron. Een lage lussweerstand is gewenst, omdat dit bij kortsluiting een hoge foutstroom toelaat. Deze hoge stroom zorgt ervoor dat de overstroombeveiliging, zoals een installatieautomaat of zekering, binnen de voorgeschreven tijd uitschakelt en de spanning afschakelt om gevaarlijke situaties zoals brand of schokken te voorkomen. Het meten van de lussweerstand is een verplichte controle volgens de NEN 1010 norm bij de oplevering en aanpassing van elektrische installaties.

Hoe werkt het Het meten van de lussweerstand gebeurt met een gespecialiseerd meetinstrument, een installatietester. Een multimeter is voor deze meting ongeschikt. De elektricien sluit de tester aan op een stopcontact of een ander aansluitpunt in de installatie. Het apparaat genereert vervolgens een veilige, gecontroleerde teststroom die door de foutlus wordt gestuurd: van de faseleiding (L) naar de beschermingsleiding (PE). Tegelijkertijd meet het instrument de spanningsval die door deze stroom wordt veroorzaakt. Met behulp van de wet van Ohm (U = I × Z) berekent de tester de totale impedantie van de lus, de Zs-waarde. Deze gemeten waarde wordt vergeleken met de maximaal toegestane waarde die is vastgelegd in de NEN 1010. Deze maximale waarde hangt af van het type en de nominale stroom van de geïnstalleerde beveiliging. Een B16-installatieautomaat vereist bijvoorbeeld een voldoende lage Zs om binnen 0,4 seconden af te schakelen bij een fout.

Praktijkvoorbeeld Een elektricien heeft een nieuwe buitengroep aangelegd voor een stopcontact in de tuin. Deze groep is beveiligd met een B16-installatieautomaat in de groepenkast. Na de installatie voert de monteur een lussweerstandsmeting uit op het nieuwe stopcontact. De installatietester geeft een waarde van 1,25 Ω aan. De elektricien weet dat voor een B16-automaat de maximaal toegestane lussweerstand volgens de norm circa 2,8 Ω is om een veilige en snelle afschakeling te garanderen. Omdat de gemeten waarde van 1,25 Ω ruim onder deze limiet ligt, is de installatie veilig en voldoet deze aan de eisen. Was de meting bijvoorbeeld 3,5 Ω geweest, dan zou de automaat bij een kortsluiting te traag reageren. De elektricien moest dan de oorzaak van de hoge weerstand opsporen, zoals een te lange kabel, een te kleine kabeldiameter of een slechte verbinding in een lasdoos.

Wanneer een elektricien inschakelen Het meten van de lussweerstand is een taak voor een gekwalificeerde elektricien. Dit is geen doe-het-zelf klus, omdat het speciale, gekalibreerde apparatuur en expertise over de NEN 1010 norm vereist. Schakel een professional in in de volgende situaties:

* Bij de oplevering van een nieuwe elektrische installatie. * Na het aanpassen of uitbreiden van de installatie, bijvoorbeeld bij het plaatsen van een extra groep, stopcontact of laadpaal. * Tijdens een periodieke keuring van de installatie, zoals een NEN 1010 of NEN 3140 inspectie. * Bij het oplossen van storingen, wanneer het vermoeden bestaat dat beveiligingen niet correct functioneren.

Veelgemaakte fouten Een correcte meting en interpretatie van de lussweerstand is belangrijk voor de veiligheid. Fouten kunnen ernstige gevolgen hebben.

* **Meting overslaan:** Aannemen dat een nieuwe aansluiting veilig is zonder deze door te meten, is een groot risico. * **Verkeerd meetinstrument gebruiken:** Pogingen om de meting met een standaard multimeter uit te voeren zijn zinloos en geven geen betrouwbaar resultaat. * **Foute interpretatie:** Onthoud dat een lage Zs-waarde goed is en een hoge waarde gevaarlijk. Een hoge weerstand beperkt de foutstroom, waardoor de beveiliging niet tijdig aanspreekt. * **De oorzaak van een hoge Zs niet verhelpen:** Een te hoge waarde duidt op een defect. Mogelijke oorzaken zijn gecorrodeerde contacten, losse verbindingen, te dunne of te lange bekabeling. Deze oorzaken moeten gevonden en verholpen worden. * **Geen link leggen met de beveiliging:** De maximaal toegestane Zs-waarde is specifiek voor de gebruikte zekering of automaat. Een meting is pas zinvol als deze wordt vergeleken met de juiste grenswaarde.

Gerelateerde begrippen