Wat is het
Aanrakingsspanning is de elektrische spanning die een persoon of dier kan ervaren bij het aanraken van een geleidend deel dat onbedoeld onder spanning staat, zoals de metalen behuizing van een defect apparaat. Dit gebeurt doorgaans door een isolatiefout. De spanning ontstaat tussen het aangeraakte object en de aarde (of een ander geaard object waarmee de persoon contact maakt). De norm NEN 1010 stelt dat in de meeste situaties een spanning tot 50 volt wisselspanning (AC) als een conventioneel veilige limiet wordt beschouwd. In bijzondere omstandigheden, zoals in medische ruimtes of zwembaden, wordt een lagere limiet van 25 volt AC gehanteerd. Een te hoge aanrakingsspanning kan leiden tot een gevaarlijke elektrische schok, met spierverkramping, brandwonden of zelfs een hartstilstand tot gevolg.
Hoe werkt het
Een aanrakingsspanning ontstaat wanneer de isolatie van een stroomdraad in een toestel beschadigd raakt en in contact komt met de metalen buitenkant. Hierdoor komt de gehele behuizing onder spanning te staan. Als een persoon dit apparaat aanraakt terwijl hij of zij contact maakt met de aarde (bijvoorbeeld door op een betonnen vloer te staan), vormt het lichaam een geleidende brug. Er gaat dan een stroom door het lichaam lopen, de zogenaamde lekstroom. De hoogte van de aanrakingsspanning bepaalt, samen met de weerstand van het lichaam, de grootte van deze stroom. Moderne elektrische installaties zijn ontworpen om dit gevaar te minimaliseren. Een correct aangelegde aarding biedt een alternatieve, zeer lage weerstandsroute voor de foutstroom naar de aarde. Deze stroom wordt gedetecteerd door een aardlekschakelaar, die de stroomtoevoer binnen milliseconden onderbreekt, lang voordat de situatie levensbedreigend wordt. De combinatie van aarding en een aardlekschakelaar is dus de primaire bescherming tegen gevaarlijke aanrakingsspanning.
Praktijkvoorbeeld
Stel, u heeft een metalen staande lamp in de woonkamer. Door slijtage raakt de isolatie van een interne draad beschadigd, waardoor deze de metalen paal van de lamp raakt. De lamp staat nu onder een spanning van 230 volt, maar het valt niet op omdat de lamp nog gewoon brandt. De groep is niet voorzien van een correct werkende aarding. Wanneer u de lamp met uw hand aanraakt om deze te verplaatsen, terwijl u met uw andere hand een geaarde radiator vasthoudt, ontstaat er een potentiaalverschil over uw lichaam. De stroom kiest de weg van de minste weerstand: van de lamp, door uw ene arm, borstkas, andere arm en naar de radiator. De aanrakingsspanning van 230 volt veroorzaakt een levensgevaarlijke stroom door uw lichaam. In een correct beveiligde installatie zou de aardlekschakelaar bij het ontstaan van de fout direct zijn aangesproken en de stroom hebben uitgeschakeld.
Wanneer een elektricien inschakelen
Het is verstandig een elektricien in te schakelen zodra u een elektrische schok voelt, hoe licht ook. Dit duidt altijd op een gevaarlijke situatie. Ook als een aardlekschakelaar herhaaldelijk zonder duidelijke oorzaak uitvalt, is inspectie door een vakman nodig. Bij de aankoop van een oudere woning is het aan te raden de gehele elektrische installatie, inclusief de aarding en potentiaalvereffening, te laten inspecteren. Een elektricien kan met specialistische apparatuur de effectiviteit van de aardingsweerstand en de correcte werking van de aardlekschakelaars doormeten. Ook voor het aanleggen van nieuwe groepen, zeker in vochtige ruimtes zoals de badkamer of buiten, is professionele installatie vereist om bescherming tegen aanrakingsspanning te waarborgen.
Veelgemaakte fouten
Een veelvoorkomende fout is het negeren of simpelweg resetten van een aardlekschakelaar die is uitgevallen, zonder de oorzaak te achterhalen. Een andere fout is het aanpassen van de installatie zonder kennis van zaken, bijvoorbeeld door een geaard apparaat aan te sluiten op een ongeaard stopcontact met een verloopsnoer. Het verwijderen van de randaardestift van een stekker om deze in een ongeaarde contactdoos te laten passen, is eveneens zeer gevaarlijk. Verder wordt in oudere woningen vaak aangenomen dat de bestaande aarding nog voldoet, terwijl deze door de jaren heen kan degraderen. Het niet periodiek laten controleren van de installatie en het vertrouwen op het feit dat 'alles nog werkt', kan een vals gevoel van veiligheid geven.