Veiligheid & beveiliging

Installatieautomaat

Synoniemen: automaat, groep, zekeringautomaat, maximumschakelaar

Wat is het Een installatieautomaat is een schakelaar in de groepenkast die de elektrische installatie automatisch uitschakelt bij een te hoge stroom. Dit component beschermt de bedrading tegen de gevolgen van overbelasting en kortsluiting, zoals oververhitting en brandgevaar. Het is de moderne, herbruikbare vervanger van de klassieke smeltveiligheid (stop). Na het uitschakelen kan de automaat handmatig weer worden ingeschakeld zodra de storing is verholpen.

Automaten worden aangeduid met een code, zoals B16 of C16. Het getal ‘16’ staat voor de nominale stroomsterkte in ampère die de automaat continu kan verdragen. De letter ‘B’ of ‘C’ duidt de uitschakelkarakteristiek aan. Een B-karakteristiek is standaard voor huishoudelijke installaties en geschikt voor verlichting en stopcontacten. Een C-karakteristiek wordt toegepast bij apparaten met een hoge inschakelstroom, zoals elektromotoren.

Hoe werkt het Een installatieautomaat biedt twee soorten beveiliging die in één behuizing zijn gecombineerd.

1. **Thermische beveiliging tegen overbelasting:** Een bimetaalstrip wordt warm wanneer de stroom voor langere tijd iets hoger is dan de nominale waarde (bijvoorbeeld 18 A op een 16 A groep). Door de warmte buigt het bimetaal langzaam krom. Bij een bepaalde temperatuur activeert het een mechanisme dat de schakelaar omzet en de stroomkring onderbreekt. Dit proces is traag en voorkomt onnodig uitschakelen bij een korte stroompiek. 2. **Magnetische beveiliging tegen kortsluiting:** Bij een kortsluiting ontstaat er in een fractie van een seconde een zeer hoge stroom. Deze stroom vloeit door een spoel in de automaat en wekt een sterk magneetveld op. Het magneetveld trekt direct een metalen pin aan, die het schakelmechanisme activeert. Dit zorgt voor een onmiddellijke onderbreking van de stroom om ernstige schade en brand te voorkomen.

Nadat de oorzaak van de storing is weggenomen, kan de automaat eenvoudig worden gereset door de hendel weer omhoog te duwen.

Praktijkvoorbeeld In een keuken is een groep beveiligd met een B16-installatieautomaat. Op deze groep zijn de koelkast en de koffiemachine aangesloten. Een bewoner sluit op hetzelfde circuit een waterkoker (2200 watt) en een elektrische grill (2000 watt) aan en schakelt beide tegelijk in. De totale stroom bedraagt (2200 + 2000) / 230 V = 18,2 ampère. Deze stroom is hoger dan de nominale 16 ampère van de automaat. Na enkele minuten zal de thermische beveiliging van de automaat reageren op deze overbelasting. Het bimetaal is voldoende opgewarmd en de automaat schakelt de groep uit. De bewoner zoekt de oorzaak, ontkoppelt de grill, gaat naar de groepenkast en zet de hendel van de automaat weer omhoog. De stroom is hersteld.

Wanneer een elektricien inschakelen Het is raadzaam een gecertificeerde elektricien in te schakelen in de volgende situaties:

* **Een automaat schakelt herhaaldelijk uit:** Als een automaat blijft uitschakelen zonder duidelijke oorzaak, kan er sprake zijn van een verborgen defect in de bedrading of een apparaat. Een elektricien kan de storing veilig lokaliseren en verhelpen. * **Installeren, vervangen of uitbreiden:** Werkzaamheden in de groepenkast, zoals het plaatsen van een nieuwe installatieautomaat voor een laadpaal of keuken, vereisen specialistische kennis. Volgens de NEN 1010 norm moeten dergelijke aanpassingen door een vakbekwaam persoon worden uitgevoerd. * **Keuze van de juiste karakteristiek:** Een elektricien kan bepalen of voor een specifieke toepassing een B- of C-karakteristiek automaat nodig is. Een verkeerde keuze kan leiden tot ongewenst uitschakelen of een onveilige situatie. * **Controle van selectiviteit:** De elektricien zorgt ervoor dat de installatie selectief is. Dit betekent dat bij een storing alleen de automaat van de betreffende groep uitschakelt, en niet een voorliggende automaat of de hoofdzekering.

Veelgemaakte fouten * **De verkeerde automaat gebruiken:** Een C-automaat installeren op een standaard lichtgroep kan de uitschakeltijd bij een foutstroom vertragen. Andersom kan een B-automaat op een circuit met een motor onnodig uitschakelen door de hoge aanloopstroom. * **Blijven resetten zonder oorzaak te zoeken:** Een uitschakelende automaat is een waarschuwing. Het herhaaldelijk inschakelen zonder de achterliggende overbelasting of kortsluiting op te lossen, brengt een serieus risico op brand met zich mee. * **Zelf installeren in de groepenkast:** Zonder de juiste kennis en gereedschap is werken in de groepenkast gevaarlijk. Een onjuiste montage kan leiden tot losse contacten, oververhitting en brand. * **Een automaat verwarren met een aardlekautomaat:** Een standaard installatieautomaat beschermt de bedrading, niet de mens. Voor bescherming tegen elektrocutie is een aardlekschakelaar of een aardlekautomaat (RCBO) nodig.

Gerelateerde begrippen