Veiligheid & beveiliging

Lekstroom

Synoniemen: Isolatiestroom, Aardfoutstroom, Verliesstroom

Wat is het Lekstroom is een kleine, ongewenste elektrische stroom die via een niet-bedoelde weg van een stroomvoerende geleider naar de aarde of een ander geleidend deel vloeit. In tegenstelling tot een kortsluiting, waarbij de stroom zeer groot is, gaat het bij lekstroom om veel kleinere stromen. Ieder elektrisch apparaat heeft van nature een zeer geringe, functionele lekstroom; dit komt door de constructie van elektronische componenten zoals filters. Deze stroom is ongevaarlijk. Een probleem ontstaat wanneer de lekstroom toeneemt door een defect, zoals beschadigde isolatie van bedrading. De stroom kiest dan een alternatieve route. Als dit via de behuizing van een apparaat gebeurt, kan aanraking een gevaarlijke schok veroorzaken.

Hoe werkt het In een correct functionerende installatie is de stroom die door de fasedraad naar een apparaat vloeit exact gelijk aan de stroom die via de nuldraad terugkeert. Bij lekstroom 'lekt' een deel van de stroom weg uit dit circuit, bijvoorbeeld door een isolatiefout. Deze stroom zoekt de weg van de minste weerstand naar de aarde. In een correct geaarde installatie loopt deze lekstroom via de aardingsdraad weg. Een aardlekschakelaar, die in de groepenkast is geplaatst, is ontworpen om dit te detecteren. Dit component meet continu het verschil tussen de in- en uitgaande stroom. Zodra dit verschil, de zogenaamde differentiaalstroom, een bepaalde waarde overschrijdt, schakelt de aardlekschakelaar de stroomtoevoer uit. Voor huishoudelijke installaties is deze drempelwaarde doorgaans 30 milliampère (mA), zoals voorgeschreven in de NEN 1010, om bescherming tegen een elektrische schok te bieden.

Praktijkvoorbeeld Stel, u heeft een metalen waterkoker die al jaren meegaat. Door vocht en kalkaanslag raakt de isolatie rond het verwarmingselement beschadigd. Hierdoor ontstaat een kleine elektrische verbinding tussen het stroomvoerende element en de metalen behuizing. Omdat de waterkoker correct is aangesloten op een geaard stopcontact, vloeit een lekstroom van de behuizing via de aarddraad veilig weg naar de aarde. De aardlekschakelaar in de meterkast merkt dat er stroom 'vermist'. Wanneer deze lekstroom de grens van 30 mA bereikt, onderbreekt de aardlekschakelaar direct de stroomkring. Zonder een goede aarding en aardlekschakelaar zou de behuizing onder spanning komen te staan, met het risico op een zware schok bij aanraking.

Wanneer een elektricien inschakelen Het is verstandig een elektricien in te schakelen in de volgende situaties: * **Regelmatig uitschakelen:** Als de aardlekschakelaar zonder duidelijke aanleiding herhaaldelijk de stroom onderbreekt. Dit wijst op een sluimerend lekstroomprobleem in een apparaat of in de vaste installatie. * **Een schok of tinteling:** Wanneer u een tinteling of schok voelt bij het aanraken van een elektrisch apparaat met een metalen behuizing. Koppel het apparaat direct los en laat een professional de oorzaak onderzoeken. Het duidt op een gevaarlijke lekstroom in combinatie met een mogelijk falende aarding. * **Diagnose en meting:** Voor het opsporen van de bron van lekstroom. Een elektricien beschikt over een isolatieweerstandsmeter (ook wel 'megger' genoemd) om de isolatie van bedrading en apparaten te testen en de exacte oorzaak te achterhalen. * **Installatieaanpassingen:** Bij het plannen van een nieuwe groep voor apparatuur met een verwachte hoge lekstroom, zoals servers of geavanceerde laadpalen, om te zorgen dat de installatie voldoet aan de eisen van NEN 1010.

Veelgemaakte fouten Bij het omgaan met lekstroom worden enkele fouten frequent gemaakt: * **De aardlekschakelaar negeren:** Een uitschakelende aardlekschakelaar simpelweg resetten en verdergaan. Dit is geen oplossing, maar het negeren van een duidelijk veiligheidssignaal dat inspectie vereist. * **Ophoping van lekstromen:** Het aansluiten van te veel moderne elektronische apparaten (computers, opladers, televisies) op één enkele groep. De normale, functionele lekstromen van al deze apparaten tellen bij elkaar op en kunnen de drempel van 30 mA benaderen of overschrijden, wat voor onnodige uitschakeling zorgt. * **De verkeerde conclusie trekken:** Denken dat het laatste aangesloten apparaat de oorzaak is. De werkelijke oorzaak kan een combinatie van meerdere kleine lekstromen zijn of een defect dat al langer aanwezig was. * **Ondeugdelijke verbindingen:** Het gebruik van ongeschikte verlengsnoeren of stekkerdozen, met name buiten of in vochtige ruimtes. Vochtindringing is een veelvoorkomende oorzaak van gevaarlijke lekstromen. * **Aannemen dat de aarding functioneert:** De aardlekschakelaar kan alleen adequaat functioneren als de aarding van de installatie en de aangesloten apparaten in orde is. Een defecte aarding maakt een lekstroomprobleem onzichtbaar en levensgevaarlijk.

Gerelateerde begrippen