Wat is het
Overbelasting van een elektrische installatie treedt op wanneer de totale stroomvraag van aangesloten apparaten op één circuit (groep) gedurende langere tijd hoger is dan de nominale waarde waarvoor dat circuit is ontworpen. Meestal is een groep in een woninginstallatie beveiligd met een installatieautomaat of smeltveiligheid van 16 ampère (A). Bij een spanning van 230 volt (V) kan een groep dus maximaal 16 A x 230 V = 3680,0 watt (W) aan vermogen leveren. Wanneer het totale vermogen van de actieve apparaten deze grens overschrijdt, ontstaat overbelasting. Dit is anders dan kortsluiting, waarbij in een fractie van een seconde een extreem hoge stroom vloeit door een directe verbinding tussen de fase- en nuldraad. Overbelasting is een langzamer proces dat leidt tot oververhitting van de bedrading.
Hoe werkt het
Een installatieautomaat (of 'automaat') in de groepenkast biedt bescherming tegen overbelasting door middel van een thermisch mechanisme. Dit mechanisme bestaat uit een bimetalen strip die opwarmt door de stroom die erdoorheen loopt. Wanneer de stroom voor langere tijd net iets te hoog is, wordt de strip zo warm dat deze kromtrekt. Deze beweging activeert een schakelaar die het circuit onderbreekt. Dit proces is bewust traag; het voorkomt dat de automaat uitschakelt bij een korte, onschuldige piek, zoals het opstarten van een motor. Bij een smeltveiligheid (stop) gebeurt iets vergelijkbaars: een dunne draad in de zekering smelt door bij langdurige oververhitting, waardoor de stroomkring wordt verbroken. Het doel van deze beveiliging is het voorkomen van brandgevaar door oververhitte leidingen in de muren.
Praktijkvoorbeeld
Een veelvoorkomend scenario speelt zich af in de keuken. Stel, u heeft een waterkoker van 2200 W en een koffiezetapparaat van 1500 W aangesloten op stopcontacten die tot dezelfde 16A-groep behoren. Als u beide apparaten tegelijk aanzet, is het totale vermogen 3700 W. Dit ligt net boven de limiet van 3680 W. De installatieautomaat zal niet direct uitschakelen. Na enkele minuten zal de bimetalen strip in de automaat echter voldoende zijn opgewarmd om het circuit te onderbreken. De stroom valt uit. Dit signaleert dat de groep te zwaar belast werd. Het verdelen van deze apparaten over verschillende groepen of ze na elkaar gebruiken is dan de oplossing.
Wanneer een elektricien inschakelen
Als een installatieautomaat regelmatig uitschakelt, is het verstandig een elektricien in te schakelen. Hoewel het incidenteel kan gebeuren door gelijktijdig gebruik van zware apparaten, kan een frequent probleem wijzen op een structureel tekort in uw elektrische installatie. Mogelijk is de indeling van de groepen niet meer afgestemd op uw moderne stroomverbruik. Een elektricien kan de belasting per groep meten en een analyse maken. Een oplossing kan zijn om een extra groep aan te leggen voor bijvoorbeeld de keuken of de wasmachine. Volgens de NEN 1010 norm moeten bepaalde zware verbruikers, zoals een wasmachine of droger, al op een aparte groep aangesloten zijn. Een vakman kan uw installatie veilig en volgens de normen aanpassen.
Veelgemaakte fouten
Een veelvoorkomende fout is het doorlussen van meerdere verlengsnoeren en stekkerdozen. Elke verbinding voegt weerstand toe en verhoogt het risico op oververhitting, zeker wanneer er veel vermogen wordt gevraagd. Een andere gevaarlijke handeling is het vervangen van een doorgesmolten smeltveiligheid of een automaat door een exemplaar met een hogere ampèrewaarde (bijvoorbeeld een 20A-zekering in een 16A-positie). De bedrading in de muur is berekend op 16A en zal bij een hogere stroom gevaarlijk heet worden, wat tot brand kan leiden. Ook het negeren van een repeterend probleem en telkens opnieuw de automaat inschakelen zonder de oorzaak te achterhalen is onverstandig. De beveiliging schakelt niet voor niets uit; het is een waarschuwing dat er iets niet in orde is.