Veiligheid & beveiliging

Selectiviteit

Synoniemen: Cascadering

Wat is het Selectiviteit in een elektrische installatie is het principe waarbij bij een storing, zoals kortsluiting of overbelasting, alleen de beveiliging die het dichtst bij de foutbron zit, wordt aangesproken. Het doel is om het deel van de installatie dat uitvalt te beperken, zodat de rest van het systeem operationeel blijft. Goede selectiviteit zorgt voor een hogere bedrijfszekerheid. In plaats van dat een storing in één apparaat het hele pand zonder stroom zet, wordt alleen de betreffende groep uitgeschakeld. Dit is vastgelegd in de NEN 1010 norm.

Hoe werkt het Selectiviteit wordt bereikt door de eigenschappen van de verschillende beveiligingscomponenten in serie op elkaar af te stemmen. Er zijn twee hoofdvormen:

**Stroomselectiviteit:** Hierbij worden beveiligingen met verschillende nominale stroomwaarden achter elkaar geplaatst. Een installatieautomaat van 16 ampère (A) voor een eindgroep is bijvoorbeeld voorgeschakeld door een hoofdautomaat of zekering van 25 A. Bij een overbelasting zal de 16 A automaat eerder uitschakelen dan de 25 A component, waardoor de rest van de installatie in bedrijf blijft. Een vuistregel is dat er een factor van minimaal 1,6 tussen de nominale waarden van opeenvolgende automaten of zekeringen moet zitten.

**Aardlekselectiviteit:** Dit is specifiek voor aardlekschakelaars. Voor directe aanrakingsveiligheid worden aardlekschakelaars van 30 milliampère (mA) gebruikt. Wanneer meerdere van deze achter elkaar worden geplaatst, is niet gegarandeerd welke als eerste tript. Om selectiviteit te waarborgen, wordt een voorgeschakelde aardlekschakelaar van een hogere waarde (bijvoorbeeld 100 mA of 300 mA) en van het type 'S' (selectief) toegepast. Een S-type aardlekschakelaar heeft een ingebouwde tijdvertraging. Bij een lekstroom schakelt de 30 mA schakelaar direct, terwijl de 300 mA 'S'-type schakelaar kort wacht. Als de fout is verholpen door de onderliggende beveiliging, zal de voorgeschakelde schakelaar niet trippen.

Praktijkvoorbeeld Stel, u heeft een waterkoker in de keuken die een interne kortsluiting veroorzaakt. In een goed ontworpen, selectieve installatie gebeurt het volgende: de installatieautomaat van 16 A die de keukengroep beveiligt, schakelt onmiddellijk uit. De rest van uw huis, zoals de verlichting in de woonkamer of uw computer op de werkkamer, blijft gewoon functioneren.

In een niet-selectief systeem zou deze zelfde kortsluiting mogelijk de hoofdaardlekschakelaar van 30 mA kunnen laten trippen, waardoor uw hele woning zonder stroom komt te zitten. Een ander voorbeeld is een installatie met een aparte onderverdeler in de garage. Door een 300 mA 'S'-type hoofdaardlekschakelaar in de meterkast en 30 mA aardlekschakelaars in de onderverdeler te gebruiken, zorgt een aardfout in de garage er niet voor dat ook het woonhuis spanningsloos wordt.

Wanneer een elektricien inschakelen Het correct ontwerpen van een selectief systeem vereist specialistische kennis van de NEN 1010, producteigenschappen en berekeningsmethodes. Schakel een elektricien in voor: * Het ontwerpen van een nieuwe elektrische installatie. * Het uitbreiden van een bestaande groepenkast of het plaatsen van een onderverdeler. * Het oplossen van storingen waarbij willekeurige of meerdere groepen tegelijk uitvallen. * Advies over de beveiliging van installaties met bijzondere belastingen, zoals zonnepanelen of laadpalen, waar selectiviteit complexer kan zijn.

Een vakman kan de benodigde berekeningen uitvoeren, de juiste componenten selecteren en de installatie conform de normen realiseren.

Veelgemaakte fouten Bij het zelf aanpassen van elektrische installaties worden vaak fouten gemaakt die de selectiviteit ondermijnen. * **Dezelfde waarden in serie:** Twee installatieautomaten van 16 A achter elkaar plaatsen. Het is onvoorspelbaar welke van de twee als eerste zal trippen. * **Geen selectieve aardlekschakelaar:** Een standaard 30 mA aardlekschakelaar gebruiken om een andere 30 mA aardlekschakelaar voor te schakelen. Dit biedt geen selectiviteit. * **Conflict met netbeheerder:** Geen rekening houden met de hoofdzekering van de netbeheerder. De eigen hoofdautomaten moeten hiermee selectief zijn om te voorkomen dat het hele pand wordt afgeschakeld. * **Onjuiste componenten:** Het combineren van componenten van verschillende merken zonder de selectiviteitstabellen van de fabrikanten te raadplegen. De uitschakelkarakteristieken kunnen verschillen, zelfs bij dezelfde nominale waarden.

Gerelateerde begrippen